Nieuwe afspraken binnen de GGZ over (door)verwijzingen

Over de verwijzingen naar en binnen de GGZ zijn nieuwe afspraken gemaakt. Voor de route van de patiënt moeten deze afspraken voordelen opleveren. Tevens wordt met de nieuwe afspraken tijd en geld bespaard, mede door de administratieve lasten zoveel als mogelijk te verminderen.  Zo is sinds 1 april een doorverwijzing van de huisarts niet meer nodig wanneer een patiënt van de Basis GGZ naar de gespecialiseerde GGZ gaat of omgekeerd. Een melding over deze verwijzing aan de huisarts is genoeg.  Zorgaanbieders en zorgverzekeraars hebben dit met elkaar afgesproken. Eveneens willen de brancheverenigingen dat (ook) de kleinere GGZ-aanbieders bij verwijzing gebruik gaan maken van de digitale mogelijkheden.

Digitaal verwijzen via ZorgDomein

Een groot gedeelte van de huisartsen is inmiddels aangesloten bij het platform ZorgDomein: een platform dat zorgaanbieders en zorgvragers met elkaar verbindt. Branchevereningen pleiten ervoor dat alle GGZ-aanbieders, dus ook de kleinere, bij dit platform worden aangesloten en zo ook gebruik gaan maken van de digitale mogelijkheden omtrent doorverwijzing. De keuze om aangesloten te worden ligt nu nog bij de aanbieders zelf.

Doorontwikkeling productstructuur

Er wordt vanuit de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), in samenwerking met GGZ-aanbieders, zorgverzekeraars en patiënten in de GGZ, gewerkt aan een doorontwikkeling van de productstructuur van de Basis GGZ, gespecialiseerde GGZ en forensische zorg. Deze doorontwikkeling heeft met name als doel de administratieve druk verder te verminderen.

Uitgangspunt nieuwe afspraken

Alleen door allemaal, op basis van vertrouwen, de nieuwe, uniforme afspraken te hanteren, is het mogelijk om de route van de patiënt te verbeteren, administratieve lasten te verminderen en een besparing van tijd en geld te realiseren.

Het uitgangspunt van deze nieuwe afspraken blijft dan ook het vertrouwen in elkaar, zowel tussen de zorgverzekeraars en zorgverleners als tussen de zorgverleners onderling. In het wijzigingsdocument is opgenomen dat dit vertrouwen er vooraf moet zijn. Achteraf vindt controle (gericht en proportioneel) plaats.

Rudolf Keijzer, operationeel directeur van PRO-RCH: “De nieuwe afspraken lijken een flinke stap in de goede richting. Met een brede vertegenwoordiging van de landelijke koepel is de trend van vereenvoudiging in het zorglandschap hierin vastgehouden. Nu er landelijk een duidelijke beschrijving ligt van geaccepteerde verwijsafspraken, kunnen regionale platformen dit toeschrijven naar de dagelijkse praktijk. De deelname van het ministerie doet vermoeden dat er ook juridische dekking is voor dergelijke afspraken. Hierdoor kunnen concrete afspraken gemaakt worden, die uiteindelijk mijns inziens zeker bijdragen aan het voorkomen dat een zorgvrager van het kastje naar de muur gestuurd wordt. Het sluit prachtig aan op het uitgangspunt wat wij in al onze regionale platformen herkennen; “geen patiënt tussen de wal en schip”.”